ECLI:NL:RBDHA:2023:10039
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke zaak
Verzoekster is in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag. Nadat verzoekster het beroep had ingesteld, heeft verweerder alsnog een beslissing genomen. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank overweegt dat verweerder de proceskosten moet vergoeden omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen. Omdat verzoekster een professionele juridische hulpverlener inschakelde, geldt een vast bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Omdat de zaak alleen over de overschrijding van de beslistermijn ging, wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
De rechtbank kent daarom een vergoeding toe van €418,50, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €837,- per punt. Er zijn geen andere kosten vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier W. van Brakel op 24 januari 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskostenvergoeding wegens overschrijding van de beslistermijn.