ECLI:NL:RBDHA:2023:10039

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 januari 2023
Publicatiedatum
11 juli 2023
Zaaknummer
NL22.20811
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke zaak

Verzoekster is in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag. Nadat verzoekster het beroep had ingesteld, heeft verweerder alsnog een beslissing genomen. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank overweegt dat verweerder de proceskosten moet vergoeden omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen. Omdat verzoekster een professionele juridische hulpverlener inschakelde, geldt een vast bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Omdat de zaak alleen over de overschrijding van de beslistermijn ging, wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.

De rechtbank kent daarom een vergoeding toe van €418,50, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €837,- per punt. Er zijn geen andere kosten vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier W. van Brakel op 24 januari 2023.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskostenvergoeding wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.20811
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. D.H. Yabasun), en
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verzoekster is op 14 oktober 2022 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag. Op 21 september 2022 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op zijn aanvraag. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Omdat verweerder pas nadat verzoekster in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat verzoekster een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen.
5. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die
vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 418,50 (1 punt voor het indienen van het
beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van
W. van Brakel, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
24 januari 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.