AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenrecht toegewezen
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier op grond van familieleven (artikel 8 EVRMPro). Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker onvoldoende inkomen of vermogen heeft om griffierecht te betalen en verleende vrijstelling. Verweerder gaf aan zich niet te verzetten tegen de voorlopige voorziening, waardoor de rechtbank het verzoek toewijst en de uitzetting schorst tot de bezwaarbeslissing bekend is.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €837,00, te betalen aan de gemachtigde. De uitspraak is in het openbaar gedaan en bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt geschorst tot de beslissing op bezwaar bekend is en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €837 aan proceskosten.
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.A. Ubbergen),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: D. Meier).
Procesverloop
In het besluit van 9 december 2022 heeft verweerder de aanvraag van eiser voor een verblijfsvergunning regulier met als verblijfsdoel ‘familieleven op grond van artikel 8 EVRMPro’ afgewezen.
Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De partijen hebben, nadat zij zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, verklaard dat zij hiervan geen gebruikt willen maken. Vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Het onderzoek is gesloten.
Overwegingen
1. Eiser heeft gesteld dat hij niet genoeg geld heeft om het griffierecht te betalen en daarom heeft hij gevraagd om een vrijstelling daarvan. De rechtbank beslist dat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet voldoende inkomen of vermogen heeft om het griffierecht te betalen. Daarom hoeft eiser geen griffierecht te betalen voor het verzoek om een voorlopige voorziening.
2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. Bij bericht van 17 mei 2023 heeft verweerder medegedeeld dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van hetgeen verzoeker heeft verzocht. Dat betekent dat verweerder verzoeker niet zal uitzetten, totdat verweerder een beslissing heft genomen op het bezwaarschrift.
4. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter verbiedt verweerder om verzoeker uit te zetten, tot verweerder de beslissing op het bezwaar aan verzoeker bekend heeft gemaakt.
5. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift). De punt heeft een waarde van € 837,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 837,00. Omdat aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de gemachtigde van verzoeker.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
schorst het primaire besluit tot na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 juni 2023
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.