ECLI:NL:RBDHA:2023:10061
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij besluitmoratorium asiel Sudan
Eiser, een Sudanese asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiser stelde een ingebrekestelling in om verweerder binnen twee weken alsnog te laten beslissen, waarna hij beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de ingebrekestelling prematuur is ingediend. Dit volgt uit het feit dat op het moment van de ingebrekestelling het besluitmoratorium van toepassing was, dat betrekking heeft op asielaanvragen van politieke opposanten uit Sudan. Dit moratorium verlengt de beslistermijn en maakt het indienen van een ingebrekestelling op dat moment niet mogelijk.
Eiser voerde aan dat verweerder willekeurig met het moratorium omgaat, omdat op andere aanvragen van Sudanese asielzoekers wel is beslist. De rechtbank wijst dit af, omdat het moratorium alleen geldt voor asielzoekers die politieke activiteiten hebben verricht, wat op de aanvraag van eiser van toepassing is.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.A.M. Delger op 5 april 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.