ECLI:NL:RBDHA:2023:10061

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 april 2023
Publicatiedatum
11 juli 2023
Zaaknummer
NL23.986
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 43 lid 1 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij besluitmoratorium asiel Sudan

Eiser, een Sudanese asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiser stelde een ingebrekestelling in om verweerder binnen twee weken alsnog te laten beslissen, waarna hij beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit.

De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de ingebrekestelling prematuur is ingediend. Dit volgt uit het feit dat op het moment van de ingebrekestelling het besluitmoratorium van toepassing was, dat betrekking heeft op asielaanvragen van politieke opposanten uit Sudan. Dit moratorium verlengt de beslistermijn en maakt het indienen van een ingebrekestelling op dat moment niet mogelijk.

Eiser voerde aan dat verweerder willekeurig met het moratorium omgaat, omdat op andere aanvragen van Sudanese asielzoekers wel is beslist. De rechtbank wijst dit af, omdat het moratorium alleen geldt voor asielzoekers die politieke activiteiten hebben verricht, wat op de aanvraag van eiser van toepassing is.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.A.M. Delger op 5 april 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.986
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1 Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Hiertoe geldt dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend. De rechtbank legt dit hieronder verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Eiser heeft de Sudanese nationaliteit. Verweerder heeft een besluitmoratorium3 ingesteld voor asielaanvragen van politieke opposanten mensen uit Sudan.4 Dit geldt vanaf 24 februari 2022. Het besluitmoratorium is in eerste instantie ingesteld voor een periode van zes maanden en is op 24 september 2022 verlengd met nog een keer zes maanden.5 De
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
3 Op grond van artikel 43, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw)
4 Zie Staatscourant 2022, 8013
5 Zie Staatscourant, 2022, 24719
aanvraag van eiser is van 29 maart 2022 en valt daarmee onder het bereik van dit besluitmoratorium. Daar komt bij dat de aanvraag van eiser ook valt onder het bereik van WBV 2022/22, als gevolg waarvan de beslistermijn met nog eens negen maanden is verlengd.
4. Eiser voert aan dat verweerder willekeurig omgaat met het besluitmoratorium op asielaanvragen van Sudanezen. Hij wijst erop dat verweerder op andere aanvragen van Sudanese asielzoekers wél een beslissing heeft genomen. De beroepsgrond treft geen doel. Uit het besluitmoratorium blijkt immers dat dit slechts betrekking heeft op asielzoekers uit Sudan die politieke activiteiten hebben verricht en die om die reden bescherming zoeken. De asielaanvraag van eiser is op deze omstandigheid gebaseerd. Op asielverzoeken die op andere redenen zijn gebaseerd, kan verweerder dus onverminderd beslissen. In de voorbeelden die eiser heeft aangehaald, was dit blijkbaar aan de orde.
5. Op het moment van de ingebrekestelling (23 december 2022) was het besluitmoratorium nog op de asielaanvraag van eiser van toepassing. De ingebrekestelling is dus prematuur ingediend. Aldus is dus niet voldaan aan de vereisten om in beroep te gaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
6. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van eiser is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
05 april 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.