ECLI:NL:RBDHA:2023:10063
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod
Eiser had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die met terugwerkende kracht vanaf 2 juni 2016 werd ingetrokken door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tevens werden de aanvraag voor verblijf als EU-langdurig ingezetene en de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd afgewezen. Daarnaast werd een terugkeerbesluit naar Marokko en een inreisverbod van tien jaar opgelegd.
Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in tegen het bestreden besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 23 mei 2023.
Bij gelijktijdige uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.22511) werd het beroep inhoudelijk behandeld, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C. Brouwer en is definitief, tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en oplegging van een inreisverbod is afgewezen.