ECLI:NL:RBDHA:2023:10076

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2023
Publicatiedatum
11 juli 2023
Zaaknummer
NL22.21677
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 3 Bpb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding in samenhangende bestuursrechtelijke asielzaken

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nadat verweerder alsnog een beslissing nam, trok verzoeker het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. Verweerder stemde in met betaling, maar stelde dat deze zaak samenhangt met een andere zaak waarin reeds proceskostenvergoeding is toegekend.

De rechtbank oordeelt dat de zaken inderdaad samenhangend zijn, omdat verzoeker en zijn echtgenote op dezelfde datum een asielaanvraag deden en dezelfde gemachtigde hebben. Volgens artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) blijft de vergoeding beperkt tot één keer voor samenhangende zaken.

Daarom wijst de rechtbank het verzoek om een tweede proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en griffier Delger, en is openbaar gemaakt op 31 maart 2023.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat deze reeds in een samenhangende zaak is toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.21677
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M. Demirtas),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verzoeker is op 23 maart 2022 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Op 14 november 2022 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op zijn aanvraag. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en aangegeven dat hij de proceskosten van verzoeker wil betalen, maar dat deze zaak en de zaak met kenmerk NL22.21678 samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van Pro het Bpb zijn. Verweerder wil daarom voor beide zaken maar één keer een proceskostenvergoeding betalen.
5. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de inhoud sprake is van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van Pro het Bpb. Verzoeker is echtgenoot van de verzoekster in de zaak met kenmerk NL22.21678. Zij hebben op dezelfde datum een asielaanvraag gedaan.
Daarnaast ontvangen zij rechtsbijstand van dezelfde persoon, voor wie de werkzaamheden in beide zaken bijna identiek waren.
6. Daarom blijft de hoogte van de vergoeding beperkt tot het bedrag dat in een zaak zou worden toegekend (artikel 3 van Pro het Bpb). In de zaak met kenmerk NL22.21678 is dit bedrag al toegekend in de uitspraak van deze rechtbank van 25 januari 2023 al toegekend. De rechtbank veroordeelt verweerder daarom niet nog een keer in de proceskosten van verzoeker.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
31 maart 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.