Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[de geëxecuteerde] , te [plaats 2] ,
[de vennootschap]te [plaats 2] ,
Rechtbank Den Haag
De vrouw heeft executoriaal beslag gelegd op aandelen van de man in diens vennootschap op grond van een beschikking van de rechtbank Rotterdam die een betalingsverplichting van de man aan de vrouw vaststelde.
De man stelde hoger beroep in tegen deze beschikking. Het gerechtshof vernietigde de beschikking grotendeels, waardoor de beslaggrond verviel en het beslag op de aandelen kwam te vervallen. Ondanks deze ontwikkeling zette de vrouw de procedure voort en verzocht zij om verkoop van de aandelen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van de vrouw geen grondslag meer heeft omdat de beslaggrond is weggevallen. De vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten van de man en de vennootschap, omdat zij de procedure voortzette terwijl zij wist dat het beslag was vervallen. De proceskosten worden begroot op een bedrag van € 3.871,40 aan de zijde van de man, exclusief nakosten. De vennootschap maakt geen eigen kosten en wordt niet in proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Verzoek tot verkoop van in beslag genomen aandelen wordt afgewezen omdat de beslaggrond is vernietigd, en verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten.