ECLI:NL:RBDHA:2023:10099
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar in Marokko
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen door zijn broer en de broers van zijn vriendin, mede vanwege seksuele omgang buiten het huwelijk die in Marokko strafbaar is.
Verweerder stelde dat Marokko een veilig land van herkomst is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen bescherming van de autoriteiten kan krijgen of dat hem strafrechtelijke vervolging boven het hoofd hangt. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het beroep als kennelijk ongegrond heeft afgewezen.
De rechtbank overweegt dat de mishandeling door de broer is bestraft en dat er geen bewijs is van lopende strafvervolging tegen eiser wegens seksuele omgang buiten het huwelijk. De bewijsvereisten uit het Marokkaanse Wetboek van Strafrecht zijn niet vervuld en eiser heeft geen aangifte gedaan of hulp gezocht bij autoriteiten.
Het beroep is ongegrond verklaard omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij binnen Marokko niet adequaat beschermd wordt of een reëel risico loopt op strafrechtelijke vervolging. De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat eiser in Marokko onvoldoende bescherming krijgt of strafrechtelijk vervolgd zal worden.