ECLI:NL:RBDHA:2023:10113

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 april 2023
Publicatiedatum
12 juli 2023
Zaaknummer
AWB 22/4409
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in bestuursrechtelijke zaak

Eiseres heeft op 14 juli 2022 beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 1 juli 2022. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk werd geacht. Volgens artikel 6:5 Awb Pro moet een beroepschrift de gronden bevatten waarom men het niet eens is met het besluit.

Eiseres heeft echter nagelaten om deze beroepsgronden te verstrekken, ondanks meerdere verzoeken van de rechtbank op 21 juli 2022 en 22 september 2022. Hoewel eiseres uitstel kreeg vanwege ontbrekende buitenlandse bewijsstukken, werden de gronden uiteindelijk niet ingediend. De rechtbank heeft haar nogmaals een laatste termijn gegeven tot 17 november 2022 en later een laatste kans in december 2022.

Op 22 december 2022 vroeg eiseres opnieuw uitstel, maar dit werd op 26 januari 2023 afgewezen omdat zij onvoldoende had gemotiveerd waarom zij niet kon voldoen. De rechtbank concludeert dat eiseres geen geldige reden heeft gegeven voor het ontbreken van beroepsgronden. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en doet geen inhoudelijke uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/4409

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2023 in de zaak tussen

[eiseres], met V-nummer [V-nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. M.E. Martis),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 14 juli 2022 tegen het besluit van verweerder van 1 juli 2022.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet zeggen waarom hij of zij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Awb. Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiseres op 21 juli 2022 en 22 september 2022 brieven gestuurd met daarin het verzoek om de beroepsronden binnen vier weken aan te leveren. Eiseres heeft vervolgens om uitstel verzocht vanwege het ontbreken van bewijsstukken die uit het buitenland moesten komen. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen en aan eiseres verzocht uiterlijk op 17 november 2022 de beroepsgronden in te dienen. Omdat de beroepsgronden uitbleven, heeft de rechtbank eiseres bij brief van 12 december 2022 een laatste keer in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen twee weken de beroepsgronden in te dienen.
4. Op 22 december 2022 heeft de rechtbank opnieuw per e-mail een uitstelverzoek ontvangen van eiseres voor het aanleveren van gronden. De rechtbank heeft dit verzoek op 26 januari 2023 per brief afgewezen. De rechtbank overweegt dat eiseres genoeg kansen heeft gehad om gronden aan te leveren. Daarnaast motiveert eiseres niet op welke stukken zij aan het wachten is en waarom dit gebrek aan stukken ervoor zorgt dat zij geen gronden kan indienen. Eiseres heeft geen geldige reden gegeven voor het niet indienen van haar beroepsgronden.
5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van I.J. Tiktak, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.