ECLI:NL:RBDHA:2023:10113
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in bestuursrechtelijke zaak
Eiseres heeft op 14 juli 2022 beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 1 juli 2022. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk werd geacht. Volgens artikel 6:5 Awb Pro moet een beroepschrift de gronden bevatten waarom men het niet eens is met het besluit.
Eiseres heeft echter nagelaten om deze beroepsgronden te verstrekken, ondanks meerdere verzoeken van de rechtbank op 21 juli 2022 en 22 september 2022. Hoewel eiseres uitstel kreeg vanwege ontbrekende buitenlandse bewijsstukken, werden de gronden uiteindelijk niet ingediend. De rechtbank heeft haar nogmaals een laatste termijn gegeven tot 17 november 2022 en later een laatste kans in december 2022.
Op 22 december 2022 vroeg eiseres opnieuw uitstel, maar dit werd op 26 januari 2023 afgewezen omdat zij onvoldoende had gemotiveerd waarom zij niet kon voldoen. De rechtbank concludeert dat eiseres geen geldige reden heeft gegeven voor het ontbreken van beroepsgronden. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en doet geen inhoudelijke uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.