ECLI:NL:RBDHA:2023:10197
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend tegen verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser diende op 14 mei 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou eindigen op 14 november 2022. De staatssecretaris verlengde echter de beslistermijn met negen maanden vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen, conform artikel 42, vierde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser stelde de staatssecretaris op 15 november 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 7 december 2022 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van ingebrekestelling.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de verlenging van de beslistermijn als rechtsgeldig werd beoordeeld. Op grond hiervan voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb, en wordt het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.