AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vergoeding proceskosten na intrekking bestuursbesluit door Minister van Buitenlandse Zaken
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 8 april 2022. Op 21 oktober 2022 heeft de Minister het besluit ingetrokken, waarmee aan het verzoek van verzoeker werd voldaan. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een vergoeding van zijn proceskosten gevorderd.
De rechtbank overweegt dat zij op grond van artikel 8:75 enPro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht proceskosten kan toewijzen. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, wat de rechtbank interpreteert als geen bezwaar tegen vergoeding.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 837,-, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 837,- en een wegingsfactor van 1. Daarnaast moet verweerder het griffierecht van € 184,- betalen aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 21 april 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Minister van Buitenlandse Zaken tot betaling van € 837,- aan proceskosten en € 184,- griffierecht aan verzoeker.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/2535
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2023 in de zaak tussen
[verzoeker] , met V-nummer [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. W.C. Boelens),
en
de Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. Verweerder heeft op 8 april 2022 een besluit genomen. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Op 21 oktober 2022 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 8 april 2022 en dat hij dit besluit intrekt. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 enPro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoeker. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoeker te vergoeden.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van
€ 837,- en een wegingsfactor 1).
5. Verweerder moet ook het griffierecht van € 184,- aan verzoeker betalen (artikel 8:41 vanPro de Awb).
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 837,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van I.J. Tiktak, griffier .De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2023.
(De griffier is verhinderd de uitspraak
mede te ondertekenen.)
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.