Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.DE WATERTUIN BEHEER B.V., te Naaldwijk, gemeente Westland,
2.DE WATERTUIN RIJSWIJK B.V., te Rijswijk,
3.[gedaagde 3], toegevoegd gerechtsdeurwaarder op het kantoor van
1.De feiten
2.Het verzoek
- te bepalen dat de verkoop van de aandelen gedurende zes maanden onderhands mag plaatsvinden waarbij de deurwaarder het door hem ontvangen hoogste bod schriftelijk ter kennis van Watertuin Beheer dient te brengen en hem de hoogste bieder gedurende twee weken in de gelegenheid stelt om een hoger bod te (laten) uitbrengen;
- te bepalen dat – voor het geval de deurwaarder er niet in slaagt de aandelen binnen 6 maanden onderhands te verkopen – de verkoop openbaar (bij inschrijving) dient plaats te vinden;
- te bepalen dat de met de verkoop belaste deurwaarder voorwaarden dient op te stellen voor de executoriale verkoop van de aandelen;
- vast te stellen dat artikel 6.2 van de statuten niet van toepassing is op deze executoriale verkoop;
- te bepalen dat de levering van de aandelen dient plaats te vinden volgens de in artikel 474h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) weergegeven procedure en niet via de in de statuten voorgeschreven notariële akte;
- te bepalen dat Watertuin Rijswijk binnen veertien dagen na deze beschikking aan de deurwaarder, voornoemd, op straffe van een dwangsom van € 2.500 per dag, ter beschikking dient te stellen:
3.De beoordeling
4.De beslissing
- het aandelenregister;
- de jaarrekeningen over het boekjaar 2020, 2021 en 2022 (of, voor zover de jaarrekeningen nog niet zijn vastgesteld, de voorlopige cijfers), de voorlopige cijfers van de daarna reeds verstreken kwartalen en een prognose van het lopende jaar c.q. het komende jaar plus alle overige door de deurwaarder gewenste informatie en inlichtingen;