ECLI:NL:RBDHA:2023:10213
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag vanwege onduidelijke visumvertegenwoordiging Litouwen
Eiseres, een Iraakse staatsburger, diende op 5 december 2022 een asielaanvraag in in Nederland, nadat zij eerder een Schengenvisum had verkregen via de Litouwse vertegenwoordiging in Jerevan, Armenië. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling, omdat op grond van de Dublinverordening werd aangenomen dat Litouwen verantwoordelijk was voor de behandeling.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de vraag of het visum daadwerkelijk namens Nederland door Litouwen was afgegeven. Eiseres had verklaard dat zij het visum met als reisdoel Nederland had aangevraagd en doorverwezen was naar Litouwen, wat overeenkomt met officiële informatie van de Nederlandse vertegenwoordiging en VFS Global.
Omdat verweerder dit relevante onderzoek niet heeft verricht en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom Litouwen verantwoordelijk is, is het besluit niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Verweerder krijgt vier weken om een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen.