ECLI:NL:RBDHA:2023:10232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging schriftelijke aanwijzing ter bescherming van kinderen onder toezicht
De zaak betreft een verzoek van een gecertificeerde instelling tot bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing gericht op de verzorging en opvoeding van vijf minderjarige kinderen die zonder toestemming met hun moeder in het buitenland verblijven. De kinderen zijn onder toezicht gesteld tot oktober 2023, maar het verblijf in het buitenland maakt de uitvoering van de ondertoezichtstelling onmogelijk.
De moeder verblijft sinds februari 2023 met de kinderen in het buitenland zonder contact met de gecertificeerde instelling, waardoor er geen zicht is op hun opvoeding en ontwikkeling. De gecertificeerde instelling heeft een schriftelijke aanwijzing gegeven om de moeder te bewegen tot terugkeer van de kinderen naar Nederland en het hervatten van schoolgang.
De vader stemt in met het verzoek en de moeder geeft aan bereid te zijn mee te werken, mits er duidelijke afspraken over hulpverlening worden gemaakt. De kinderrechter constateert dat de moeder onvoldoende medewerking verleent en dat de situatie zorgelijk is vanwege het ontbreken van zicht en hulpverlening. Daarom wordt de schriftelijke aanwijzing bekrachtigd en uitvoerbaar verklaard.
De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij de communicatie tussen ouders verstoord bleek. De beslissing is mondeling uitgesproken op 14 juni 2023 en schriftelijk vastgesteld op 13 juli 2023. Tegen deze beslissing staat alleen cassatie open.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing wordt bekrachtigd en uitvoerbaar verklaard om de terugkeer van de kinderen naar Nederland en hun schoolgang te waarborgen.