ECLI:NL:RBDHA:2023:10240
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Eiseres, voormalig agrarisch medewerker, vroeg een WW-uitkering aan met ingang van 9 oktober 2020, maar het UWV weigerde deze uitkering omdat zij verwijtbaar werkloos was geworden. Na een eerdere afwijzing en een onherroepelijk besluit op bezwaar, diende eiseres een nieuwe aanvraag in met ingang van 9 november 2021.
De rechtbank oordeelt dat deze tweede aanvraag geen herhaalde aanvraag is omdat het om een andere periode gaat, maar dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat de verwijtbare werkloosheid ook voor deze periode geldt. Eiseres heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die het standpunt van het UWV zouden kunnen weerleggen.
Verder is vastgesteld dat eiseres de beroepstermijn tegen het eerdere besluit op bezwaar heeft laten verstrijken zonder geldige reden, waardoor zij heeft berust in de vaststelling van verwijtbare werkloosheid. De rechtbank concludeert dat het UWV geen aanleiding had om het eerdere besluit te herzien en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van het UWV om een WW-uitkering uit te betalen wordt ongegrond verklaard.