Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer 1] , verzoekster
[minderjarige 2], V-nummer: [V-nummer 3] , en
[minderjarige 3], V-nummer: [V-nummer 4] (gemachtigde: mr. T.M. van der Wal),
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft tegen het besluit van 8 juni 2023, waarin de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag van haar en haar minderjarige kinderen niet in behandeling heeft genomen wegens de verantwoordelijkheid van Duitsland, beroep ingesteld. Tevens heeft zij een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 4 juli 2023 behandeld, waarbij partijen niet zijn verschenen. Op 13 juli 2023 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep in de gerelateerde zaak, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.