ECLI:NL:RBDHA:2023:10325
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening verblijf en opvang onder Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor verblijf op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming 2001/55 EG door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en geconstateerd dat de staatssecretaris zich niet verzet tegen toewijzing van de voorlopige voorziening. Daarom is het verzoek kennelijk gegrond verklaard.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat verzoekster de behandeling van het bezwaar in Nederland mag afwachten met recht op gemeentelijke opvang. Tevens wordt zij behandeld alsof zij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming valt en in het bezit is van een sticker of O-document dat vrijstelling van een tewerkstellingsvergunning geeft.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €837,00. Verzoekster is vrijgesteld van griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoekster mag de behandeling van het bezwaar in Nederland afwachten met recht op opvang en wordt behandeld alsof zij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming valt.