ECLI:NL:RBDHA:2023:10338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring op grond van de Vreemdelingenwet
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hem een maatregel van bewaring werd opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd op 27 juni 2023 opgeheven, nog voordat de zitting over het beroep had plaatsgevonden.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op 4 juli 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde zonder bericht van verhindering niet zijn verschenen. De beoordeling richtte zich op de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en of schadevergoeding toegekend moest worden.
De rechtbank concludeert dat de bewaring onrechtmatig was gedurende de periode van 24 juni tot 27 juni 2023. De staatssecretaris erkent dit en is bereid schadevergoeding te betalen voor deze periode. De rechtbank kent een schadevergoeding toe van €400,- (€100 per dag) en veroordeelt de staatssecretaris tevens tot vergoeding van de proceskosten van €837,-. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak is gedaan door rechter D. Bruinse - Pot.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding van €400 toe voor onrechtmatige bewaring en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €837.