ECLI:NL:RBDHA:2023:10433
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser is op 26 mei 2023 geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en kreeg een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd vanwege een incident met grote impact waarbij hij fysiek geweld gebruikte tegen medebewoners. Eiser voerde onder meer aan dat hij niet met een beëdigde tolk was gehoord, dat de HTL-plaatsing vrijheidsontneming zou zijn, en dat zijn minderjarigheid en psychische problematiek onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder 2 bij het gehoor voorafgaand aan de vrijheidsbeperkende maatregel gebruik had moeten maken van een beëdigde tolk, maar dat het ontbreken hiervan niet heeft geleid tot schending van eisers belangen, omdat hij de mededelingen goed begreep. Het COa hoeft niet per se een beëdigde tolk in te zetten bij het horen van eiser.
De rechtbank acht het incident met grote impact aannemelijk en vindt dat eerdere maatregelen geen gedragsverandering bij eiser teweegbrachten. De plaatsing in de HTL is proportioneel en gericht op veiligheid en welzijn van bewoners en personeel. De minderjarigheid en psychische problematiek van eiser vormen geen contra-indicaties voor plaatsing, mede gezien het akkoord van Nidos en de geboden zorg.
De stelling dat de HTL-plaatsing vrijheidsontneming is, wordt verworpen; het betreft een vrijheidsbeperking met mogelijkheid tot vrijwillig vertrek. Ook de verwijzing naar een kritische brief van de Inspectie en een artikel in Trouw leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep op het ontbreken van een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde faalt. De beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de plaatsing in de HTL en de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond wegens proportionaliteit en rechtmatigheid.