Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 26 mei 2023 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep aanwezig te zijn zwaarder weegt dan het belang van verweerder om verzoeker vóór overdracht aan Oostenrijk over te dragen. De overdrachtstermijn volgens de Dublinverordening kan niet worden gehaald, waardoor onverwijlde spoed is gegeven.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, schorst het bestreden besluit en veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 837. De zitting voor de behandeling van het beroep staat gepland op 3 augustus 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.