ECLI:NL:RBDHA:2023:10507

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juli 2023
Publicatiedatum
18 juli 2023
Zaaknummer
AWB 22/3143
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afgewezen verblijfsvergunning

Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 20 april 2022 is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De staatssecretaris heeft op 5 juli 2022 het bezwaar inhoudelijk behandeld en beslist, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig was op het moment van het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek dan ook zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er nog een bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar reeds is afgedaan, is het verzoek om voorlopige voorziening niet ontvankelijk en wordt het als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan op 12 juli 2023 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, en is definitief, daartegen geen rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 22/3143

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nr.]
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 april 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 5 juli 2022 heeft verweerder op het bezwaar beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) aanhangig is.
2. Aangezien verweerder al op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb wordt het verzoek om voorlopige voorziening gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.
3. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer AWB 22/4633 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt om die reden als kennelijk ongegrond afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, op de hieronder vermelde datum en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open