ECLI:NL:RBDHA:2023:10514

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2023
Publicatiedatum
18 juli 2023
Zaaknummer
AWB 23/1881
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht

Verzoekster diende een verzoek om voorlopige voorziening in tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid bij haar echtgenoot. De rechtbank heeft het beroepschrift aangemerkt als bezwaarschrift en doorgezonden naar verweerder.

De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verzoekster werd bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om het griffierecht van €184,00 binnen vier weken te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het verzoek niet-ontvankelijk zou worden verklaard.

Verzoekster heeft het griffierecht niet voldaan en geen reden voor het verzuim gegeven. Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 23/1881

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. J. Ruijs),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de ten behoeve van verzoekster ingediende aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij haar echtgenoot (referent) afgewezen.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroepschrift aangemerkt als bezwaarschrift. Zij heeft het bezwaarschrift daarom doorgezonden naar verweerder.
Verzoekster heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van een verzoekschrift griffierecht geheven. Voor verzoekster is het griffierecht vastgesteld op
€ 184,00.
2. Verzoekster is bij aangetekende brief van 25 februari 2023 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de datum van de brief het griffierecht te betalen. In de brief is ook vermeld dat als het griffierecht niet binnen deze termijn wordt betaald het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. De rechtbank stelt vast dat verzoekster het griffierecht niet heeft betaald. Verzoekster heeft ook geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
4. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, op 15 juni 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.