Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekster] , verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 184,00.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende een verzoek om voorlopige voorziening in tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid bij haar echtgenoot. De rechtbank heeft het beroepschrift aangemerkt als bezwaarschrift en doorgezonden naar verweerder.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verzoekster werd bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om het griffierecht van €184,00 binnen vier weken te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het verzoek niet-ontvankelijk zou worden verklaard.
Verzoekster heeft het griffierecht niet voldaan en geen reden voor het verzuim gegeven. Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.