ECLI:NL:RBDHA:2023:10515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en ontbreken fundamentele politieke overtuiging
Eiser, een Ethiopische nationaliteitdragende lid van de Oromo-bevolkingsgroep, diende een asielaanvraag in op grond van discriminatie en vervolging vanwege zijn vermeende lidmaatschap van het Oromo Liberation Front (OLF) en deelname aan demonstraties.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het lidmaatschap van het OLF en het ontbreken van een fundamentele politieke overtuiging die een risico op vervolging zou rechtvaardigen. De rechtbank bevestigde deze beoordeling, waarbij werd overwogen dat eiser summier en oppervlakkig had verklaard over zijn betrokkenheid bij het OLF.
Daarnaast werd vastgesteld dat eiser niet behoort tot een risicogroep volgens het geldende landenbeleid en dat de enkele deelname aan demonstraties onvoldoende is om een risico aan te nemen. Ook het behoren tot de Oromo-bevolkingsgroep werd niet als voldoende grond voor bescherming gezien.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk risico loopt bij terugkeer naar Ethiopië.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid en ontbreken van fundamentele politieke overtuiging.