ECLI:NL:RBDHA:2023:10524
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse ondernemer wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser, een Turkse onderdaan, verzocht om een verblijfsvergunning regulier met als doel arbeid als zelfstandige. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen omdat eiser niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan de documentatievereisten, waaronder het ontbreken van een volledig onderbouwd ondernemingsplan en inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Eiser betoogde dat het ondernemingsplan wel degelijk volledig was en verwees naar eerdere procedures en adviezen van de Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Ook stelde hij dat het niet doorsturen van zijn aanvraag naar de Minister in strijd was met de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol tussen de EU en Turkije. De rechtbank oordeelde echter dat het vereiste van een volledig onderbouwd ondernemingsplan niet in strijd is met deze bepaling en dat eiser onvoldoende stukken had overlegd.
De rechtbank nam de aanvullende stukken die eiser in beroep had ingediend niet mee in haar beoordeling, omdat deze ex tunc toetsing vereist en de stukken deels dateren van vóór het bestreden besluit. De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de vereisten voor het verblijfsdoel arbeid als zelfstandige en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning als zelfstandige wordt ongegrond verklaard.