ECLI:NL:RBDHA:2023:1055
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring EU-burger wegens schending hoor- en zorgvuldigheidsbeginsel
Eiser, een Bulgaarse EU-burger met een strafrechtelijke voorgeschiedenis en een ISD-maatregel, werd door verweerder het verblijfsrecht ontnomen en ongewenst verklaard wegens een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging van de openbare orde. Eiser voerde onder meer aan dat hij spijt heeft, medische behandeling ondergaat en aanspraak maakt op reclasseringstoezicht, en betwistte de belangenafweging en het ontbreken van een hoorprocedure.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat eiser een ernstige bedreiging vormt, mede gelet op zijn recidiverisico en eerdere veroordelingen. De belangenafweging werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld, waarbij eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij in Bulgarije geen adequate medische zorg kan ontvangen. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder in de bezwaarfase ten onrechte heeft afgezien van het horen van eiser, waardoor het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de ongewenstverklaring gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand omdat eiser in de beroepsfase alsnog is gehoord. Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht werd niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser als ongewenst verklaarde geen belang heeft bij die beoordeling. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht is niet-ontvankelijk.