ECLI:NL:RBDHA:2023:10574
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij weigering omgevingsvergunning voor garage
Verzoeker heeft een omgevingsvergunning voor het bouwen van een garage aan een adres in Noordwijk aangevraagd, welke door het college van burgemeester en wethouders is geweigerd. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om alvast met de bouw te mogen beginnen.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien er sprake is van onverwijlde spoed en een spoedeisend belang. Verzoeker voert aan dat hij vanwege een half afgebroken duivenhok en gebrek aan bergruimte spoed heeft, mede vanwege toekomstige mantelzorgbehoefte.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om voorlopige voorziening te verstrekkend is en dat het schorsen van de weigering niet automatisch recht geeft op bouwen. De persoonlijke omstandigheden van verzoeker wegen niet op tegen het ontbreken van een spoedeisend belang. Ook is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig. Het verzoek wordt daarom afgewezen en verzoeker moet de uitspraak in de hoofdzaak afwachten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.