ECLI:NL:RBDHA:2023:10594
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming in vreemdelingenzaak
Eiser heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris buiten behandeling is gesteld wegens het niet verstrekken van essentiële informatie. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De staatssecretaris meldde dat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken, wat door de rechtbank is onderzocht.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser en zijn meerderjarige dochter door het COA en DT&V zijn geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken en dat de opvang en voorzieningen voor hen zijn beëindigd. Hoewel eiser en zijn gemachtigde contact onderhouden en eiser aangeeft nog steeds prijs te stellen op behandeling van zijn beroep, verblijft eiser niet meer in Nederland maar tijdelijk in een ander EU-land.
De rechtbank oordeelt dat het contact tussen eiser en zijn gemachtigde onvoldoende is om aan te nemen dat eiser nog belang heeft bij de procedure, mede omdat eiser niet op de zitting is verschenen en de gemachtigde niet kon toelichten waar en hoe het contact plaatsvindt. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet af van een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de procedure.