Eisers hebben verzocht om overbrenging vanuit Afghanistan naar Nederland, waarbij eiser [eiser 1] zich presenteert als journalist en vrouwenrechtenactivist. De minister van Buitenlandse Zaken heeft dit verzoek afgewezen omdat eiser niet is opgeroepen tijdens de acute evacuatiefase en niet behoort tot de twee groepen waarvoor een speciale voorziening geldt.
Het beleid voor overbrenging is neergelegd in een brief van 11 oktober 2021, waarin twee groepen worden onderscheiden: medewerkers van bepaalde ontwikkelingsprojecten gefinancierd door Buitenlandse Zaken en personen die voor Defensie of EUPOL in Afghanistan hebben gewerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bevestigd dat dit beleid begunstigend en buitenwettelijk is, met ruime beleidsvrijheid voor het kabinet.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet onder deze groepen valt, omdat zijn werkzaamheden niet via een Nederlandse NGO zijn verricht en er geen relatie met Nederland is vastgesteld. Ook individuele omstandigheden zoals gevaar, verblijf van familie in Nederland of andere belangen kunnen niet worden meegewogen. De hoorplicht is niet geschonden omdat de minister op basis van beschikbare informatie tot zijn oordeel kon komen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen overbrenging te faciliteren. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 19 juli 2023.