Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het verloop van de procedure
- mevrouw [naam04] namens de Raad;
- mevrouw [naam05] en [naam06] namens de gecertificeerde instelling;
- de moeder;
- de vader en zijn advocaat;
- mevrouw [naam07] , een tolk in de Engelse taal.
Rechtbank Den Haag
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een vijfjarige minderjarige vanwege ernstige zorgen over zijn ontwikkeling en veiligheid. Er was sprake van een forse ontwikkelingsachterstand en onduidelijkheid over de opvoedsituatie bij de moeder. De vader had een minimale rol maar wilde meer betrokken zijn.
Tijdens de mondelinge behandeling waren de ouders, hun vertegenwoordigers en betrokken instanties aanwezig. De gecertificeerde instelling onderschreef de zorgen en het verzoek. Zowel moeder als vader stemden in met de maatregelen en gaven aan de communicatie te willen verbeteren.
De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria was voldaan en dat de uithuisplaatsing noodzakelijk was. De maatregelen zijn toegekend voor respectievelijk een jaar en negen maanden, met het oog op diagnostiek, hulpverlening en het onderzoeken van de opvoedvaardigheden en ouderlijke communicatie.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na betekening. De uitspraak is mondeling gegeven op 11 juli 2023 en schriftelijk vastgelegd op 19 juli 2023.
Uitkomst: Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige zijn toegekend voor respectievelijk een jaar en negen maanden.