ECLI:NL:RBDHA:2023:10660
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging ZW-uitkering na Eerstejaars ZW-beoordeling
Eiseres was werkzaam als medewerker bij een visbedrijf en ontving na haar dienstverband een WW-uitkering. Zij meldde zich ziek tijdens haar WW-uitkering en ontving vervolgens een ZW-uitkering. In het kader van de Eerstejaars ZW-beoordeling werd vastgesteld dat zij per 14 april 2022 weer geschikt was voor arbeid, waarna haar ZW-uitkering werd beëindigd.
Eiseres betwistte dit besluit en stelde dat haar psychische en fysieke beperkingen, waaronder een depressieve stoornis, angst- en paniekstoornis, migraine en COVID-19 klachten, onvoldoende waren meegewogen. Zij voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat de verzekeringsarts geen psychologische deskundige is.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij dossierstudie en lichamelijk en psychisch onderzoek waren verricht. De verzekeringsarts b&b had alle klachten meegenomen en gemotiveerd waarom geen aanvullend onderzoek nodig was. Eiseres had geen nieuwe medische gegevens aangeleverd die tot een ander oordeel zouden leiden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af, en bevestigde het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering per 14 april 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar ZW-uitkering is ongegrond verklaard.