ECLI:NL:RBDHA:2023:10661
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzame persoonlijke band voor kinderbijslag na verhuizing uit Curaçao
Eiseres is in juni 2021 vanuit Curaçao naar Nederland gekomen met haar drie kinderen en vroeg kinderbijslag aan. Verweerder kende kinderbijslag toe vanaf het tweede kwartaal van 2022, omdat eiseres pas vanaf 25 januari 2022 over een duurzame persoonlijke band met Nederland beschikte, mede doordat zij toen een eigen woning betrok.
Eiseres stelde dat zij al vanaf het derde kwartaal van 2021 in Nederland woonde, onder meer omdat zij en haar kinderen zich hadden ingeschreven in de Basisregistratie Personen, de kinderen naar school gingen en zij had gewerkt. De rechtbank oordeelde echter dat deze feiten onvoldoende objectief bewijs vormen voor een duurzame persoonlijke band vóór 25 januari 2022, mede omdat eiseres tot die tijd bij familie en kennissen woonde en slechts kort in Nederland verbleef.
De rechtbank concludeerde dat eiseres op de peildatum niet als ingezetene kon worden beschouwd en dat het besluit van verweerder om kinderbijslag toe te kennen vanaf het tweede kwartaal 2022 terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard, met afwijzing van terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om kinderbijslag toe te kennen vanaf het tweede kwartaal 2022 blijft in stand.