ECLI:NL:RBDHA:2023:10666
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vervangende toestemming vakantie minderjarige naar Vietnam wegens onstabiele situatie moeder
Partijen zijn sinds 2018 getrouwd en ouders van een minderjarige geboren in 2019. Sinds januari 2022 zijn zij feitelijk gescheiden en de echtscheidingsprocedure is nog aanhangig. De moeder, van Vietnamese nationaliteit en sinds 2019 in Nederland, wil met de minderjarige van 9 juli tot 30 augustus 2023 naar Vietnam op vakantie, maar de vader weigert toestemming uit vrees dat het kind niet terugkeert.
De moeder vordert vervangende toestemming, maar de voorzieningenrechter stelt het belang van het kind voorop en oordeelt dat het leven van de minderjarige in Nederland is. Hoewel het contact met familie in Vietnam belangrijk wordt geacht, is er onvoldoende zekerheid dat het kind na de vakantie terugkeert vanwege de onstabiele situatie van de moeder in Nederland. Zij heeft geen werk, geen sociaal netwerk en geen duidelijk toekomstperspectief, en heeft haar baan opgezegd voor de reis.
De voorzieningenrechter erkent dat culturele verschillen een rol kunnen spelen, maar baseert de beslissing op de beschikbare informatie. De vordering wordt afgewezen, met het oog op het belang van het kind en de wens van de vader dat de moeder eerst meer stabiliteit creëert. De moeder kan in de toekomst bij een stabiele situatie wel op vakantie met het kind. De gezondheidsklachten van de opa van het kind zijn onvoldoende onderbouwd om de beslissing te beïnvloeden. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de moeder tot vervangende toestemming voor vakantie naar Vietnam wordt afgewezen wegens onvoldoende zekerheid over terugkeer van het kind.