ECLI:NL:RBDHA:2023:10668
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker, een Surinaamse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag is afgewezen omdat verzoeker niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing en verzocht om een voorlopige voorziening zodat hij de beslissing op bezwaar in Nederland kan afwachten. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek behandeld en geoordeeld dat het mvv-vereiste niet in strijd is met de toepasselijke EU-richtlijn en dat verzoeker onvoldoende heeft onderbouwd dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste tot een onbillijkheid van overwegende aard leidt.
Ook is vastgesteld dat verzoeker niet behoort tot een categorie die vrijgesteld is van het mvv-vereiste en dat het ontbreken van een mvv betekent dat de aanvraag niet inhoudelijk beoordeeld kon worden. De voorzieningenrechter acht het bezwaar kennelijk ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning is afgewezen.