ECLI:NL:RBDHA:2023:10670
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens artikel 8:41, eerste lid, Awb dient griffierecht te worden betaald bij het indienen van het beroepschrift. Voor eiser was dit vastgesteld op €184.
Eiser is per aangetekende brief herinnerd aan de betaling van het griffierecht, met de waarschuwing dat bij niet-tijdige betaling het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. De aanmaningen zijn echter onbestelbaar retour gekomen op het door eiser opgegeven adres. De rechtbank heeft vastgesteld dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen en dat dit niet aan omstandigheden buiten eiser is toe te rekenen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenverdeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.