Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 184,00.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij haar echtgenoot. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag afgewezen bij besluit van 15 februari 2023. Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen dit besluit, dat door de rechtbank is aangemerkt als een bezwaarschrift en doorgezonden aan verweerder.
Verzoekster heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoekster is in de gelegenheid gesteld om het griffierecht van €184,00 binnen vier weken te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De rechtbank constateert dat verzoekster het griffierecht niet heeft betaald en ook geen reden heeft gegeven voor dit verzuim. Hierdoor is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.