ECLI:NL:RBDHA:2023:1068
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is bepaald dat verzoeker Nederland onmiddellijk moet verlaten en is een inreisverbod van tien jaar opgelegd.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen totdat op het beroep is beslist. De zaak kende meerdere zittingen die werden verdaagd wegens afwezigheid van de tolk.
Op 8 december 2022 is de voorlopige voorziening samen met het beroep inhoudelijk behandeld. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet langer nodig was en daarom afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en oplegging van een inreisverbod is afgewezen.