ECLI:NL:RBDHA:2023:10682
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op artikel 16 Dublinverordening wegens ontbreken familielid en afhankelijkheid
Eisers hebben in Nederland asiel aangevraagd, maar Nederland heeft de aanvragen niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Eisers beriepen zich op artikel 16 van Pro deze verordening om bij hun tante in Nederland te mogen verblijven, maar de rechtbank oordeelde dat de tante niet kwalificeert als familielid zoals bedoeld in dat artikel en dat er geen afhankelijkheidsrelatie is aangetoond.
De rechtbank nam het standpunt van de staatssecretaris over dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt en dat eisers geen aannemelijk bewijs leverden dat zij in Duitsland een reëel risico lopen op een schending van hun rechten. Ook was er geen bewijs dat de tante onderdeel uitmaakt van het gezin of dat er sprake is van een medische afhankelijkheid.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de aanvragen buiten behandeling heeft gelaten en dat de eisers zullen worden overgedragen aan Duitsland. De beroepen werden ongegrond verklaard en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en eisers worden overgedragen aan Duitsland.