ECLI:NL:RBDHA:2023:10696
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep vreemdeling wegens vertrek met onbekende bestemming
De vreemdeling heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 5 juni 2023 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld. Tijdens de zitting op 17 juli 2023 waren eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep, mede omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken op 9 juni 2023 zonder dit aan verweerder te melden. Dit betekent dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht. Dit uitgangspunt wordt ondersteund door vaste rechtspraak, waaronder een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019.
Omdat eiser en zijn gemachtigde geen gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid om zich tijdens de zitting te verklaren, concludeert de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en gebrek aan procesbelang.