ECLI:NL:RBDHA:2023:10734
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is sinds 19 april 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft op 5 juli 2023 de voortzetting van deze maatregel bekendgemaakt, wat door eiser is aangevochten met verzoek om opheffing en schadevergoeding.
De rechtbank toetst uitsluitend het voortduren van de maatregel na 26 april 2023, het moment waarop het eerdere onderzoek werd gesloten. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt, onder meer omdat er geen vertrekgesprekken zijn gevoerd en de Marokkaanse autoriteiten niet reageren op rappelbrieven. Ook is volgens eiser onduidelijk of er zicht is op uitzetting.
De rechtbank constateert dat eiser meerdere keren heeft geweigerd om vertrekgesprekken te voeren en dat verweerder dertien maal schriftelijk heeft gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten. De voortgangsrapportage toont aan dat een presentatie aan de Marokkaanse vertegenwoordiging nog ingepland moet worden, wat een gebruikelijke procedure is. Er is voldoende zicht op uitzetting naar Marokko, mede gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig voortduurt en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.