ECLI:NL:RBDHA:2023:10738
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen kennelijk ongegronde asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksuele geaardheid
Eiser, een Ghanees, diende meerdere asielaanvragen in Nederland in, waarbij hij stelde vanwege zijn homoseksuele geaardheid in Ghana problemen te ondervinden. Na eerdere afwijzingen wegens ongeloofwaardigheid van zijn verklaringen, stelde hij in zijn laatste aanvraag een homoseksuele liefdesrelatie met een partner in België als grond.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser oppervlakkig en weinig authentiek had verklaard over zijn relatie en gevoelens. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende gedetailleerd had toegelicht hoe zijn relatie zich ontwikkelde en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij homoseksueel is en daardoor in zijn land van herkomst gevaar loopt.
Eiser voerde aan dat hij privacyredenen had om niet uitgebreider te verklaren en dat hij bang was dat zijn partner benaderd zou worden. Ook wees hij op de gevoeligheid van homoseksualiteit binnen de islamitische gemeenschap. De rechtbank vond deze argumenten onvoldoende en stelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen ongeloofwaardig waren.
De rechtbank wees het beroep af en kende geen proceskosten toe. De uitspraak kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksuele geaardheid wordt ongegrond verklaard.