ECLI:NL:RBDHA:2023:10747
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen
Verzoekster diende op 12 maart 2023 een beroep in wegens niet tijdig beslissen door verweerder op haar aanvraag. Verweerder nam op 11 april 2023 alsnog een besluit en kende een dwangsom toe. Hierop trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten, met name de griffierechten.
De rechtbank stelde vast dat verweerder aan het beroep tegemoet was gekomen, maar oordeelde dat griffierechten geen proceskosten zijn en daarom niet vergoed worden in dit kader. Verzoekster werd gewezen op haar mogelijkheid om de griffierechten rechtstreeks bij verweerder te verhalen op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en maakte dit zonder zitting bekend. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat griffierechten geen proceskosten zijn.