ECLI:NL:RBDHA:2023:10789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het geen gronden bevatte, terwijl artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vereist dat het beroepschrift de gronden van het beroep bevat. De rechtbank heeft eiser vervolgens bij aangetekende brief de gelegenheid gegeven om binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Op grond van artikel 6:6 Awb Pro heeft de rechtbank het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, wat inhoudt dat het beroep niet inhoudelijk is behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter W. Anker en griffier R. de Mul en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.