ECLI:NL:RBDHA:2023:10790
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Eiser stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank beoordeelde het beroepschrift en constateerde dat het geen gronden bevatte, zoals vereist op grond van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank gaf eiser de mogelijkheid om binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop kwam geen reactie.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro, wat betekent dat het beroep niet inhoudelijk werd behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter W. Anker en griffier R. de Mul, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet reageren op het herstelverzoek.