ECLI:NL:RBDHA:2023:10795
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER wegens schijnhuwelijk en misbruik verblijfsrichtlijn
Eiser, met de Egyptische nationaliteit, vroeg om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER om bij zijn Poolse echtgenote in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af wegens vermoedens van een schijnhuwelijk en misbruik van de Verblijfsrichtlijn, gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen en discrepanties in inkomensgegevens.
Eiser had eerder een verblijfsrecht op basis van het huwelijk, dat was beëindigd vanwege hoofdverblijf buiten Nederland. Na meerdere procedures en een eerdere afwijzing met inreisverbod, diende hij opnieuw een aanvraag in. Verweerder voerde een onderzoek uit, waarbij eiser en referente simultaan werden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat de indicatoren voor een schijnhuwelijk terecht waren vastgesteld en dat het onderzoek gerechtvaardigd was. De tegenstrijdige verklaringen werden als ongeloofwaardig beoordeeld. Het beroep op de hoorplicht faalde omdat eiser geen nieuwe informatie aanvoerde in bezwaar of beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser kreeg geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak kan in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden aangevochten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsdocument EU/EER wegens schijnhuwelijk.