Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 mei 2023 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Rijswijk, verweerder.
Procesverloop
[naam 2] verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door
[naam 3] .
Overwegingen
Geschil2.In geschil is de waarde van de woning op de waardepeildatum.
€ 384.500 overweegt de rechtbank dat verweerder dit object heeft meegenomen in de waardematrix en dit object geen lagere waarde voor de woning onderbouwt. Ter zitting heeft eiser gesteld dat de maten die verweerder voor de woning heeft gehanteerd onjuist zijn. Verweerder heeft daartoe voldoende gemotiveerd weersproken dat de woning is ingemeten aan de hand van een bouwtekening. Eiser heeft niet nader aannemelijk gemaakt dat dit niet juist is. Met betrekking tot de stelling van eiser dat de garages ten onrechte zijn meegenomen bij het aantal kubieke meters van de woning overweegt de rechtbank het volgende. De garages zijn inpandig en zijn bij zowel de woning als de vergelijkingsobjecten op dezelfde wijze gewaardeerd, zodat ook deze stelling faalt.
1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 837 en een wegingsfactor 1).