ECLI:NL:RBDHA:2023:10831
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Verzoekster is op 5 januari 2023 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig had beslist op haar aanvraag. Op 15 maart 2023 nam verweerder alsnog een beslissing, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde. De rechtbank constateert dat verweerder niet heeft gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, wat wordt opgevat als geen bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster recht heeft op vergoeding van proceskosten omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een beslissing nam. Omdat verzoekster een professionele juridische hulpverlener inschakelde, wordt een vast bedrag toegekend. Vanwege de beperkte aard van het geschil (alleen overschrijding beslistermijn) wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €418,50 aan verzoekster. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.A.M. Delger op 26 april 2023. Verzoekster kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.