ECLI:NL:RBDHA:2023:1085
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens beslissing op beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Polen verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Hiertegen is beroep ingesteld. Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de hoofdzaak behandeld. Partijen stemden in met gelijktijdige behandeling. Op dezelfde dag is uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.528), waardoor de voorlopige voorziening overbodig werd.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat op het beroep is beslist.