Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van27 juni 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres(gemachtigde: G. Gieben),
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- wijzigt de beschikking aldus dat de vastgestelde waarde wordt verminderd tot
- vermindert de aanslag onroerende-zaakbelastingen tot een berekend naar een waarde van € 846.000;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.266;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365 aan eiseres te vergoeden.
Overwegingen
Nu verweerder niet aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan, komt de vraag aan de orde of eiseres de door haar verdedigde waarde aannemelijk heeft gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank dient deze vraag ontkennend te worden beantwoord. De stelling van eiseres dat bij de waardebepaling ten onrechte geen dan wel onvoldoende rekening is gehouden met de gevolgen van de coronacrisis faalt. Op de waardepeildatum was in Nederland nog geen sprake van een uitbraak van het coronavirus en dus ook niet van de gevolgen daarvan. In de matrix heeft verweerder laten zien te rekenen met een oppervlakte van de onroerende zaak van 1.173 m2, zodat de stelling van eiseres dat verweerder met een oppervlakte van 1.335 m2 heeft gerekend, niet slaagt. Ter zitting heeft eiseres gesteld dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het feit dat de onroerende zaak groter is dan de vergelijkingsobjecten. Verweerder heeft die stelling van eiseres ter zitting voldoende weersproken. Voor de vergelijkingsobjecten heeft verweerder gerekend met € 100 per m2, terwijl voor de onroerende zaak met € 85 per m2 is gerekend. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hiermee voldoende rekening gehouden met de verschillen in oppervlakte. Ter zitting heeft eiseres gesteld dat het leegstandrisico hoger moet zijn, eiseres heeft deze stelling naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd.
mr. J. van Kempen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2023.