Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, vroeg asiel aan in Nederland op 12 december 2022. Via Eurodac bleek dat hij eerder in Oostenrijk asiel had aangevraagd, waardoor Oostenrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor zijn aanvraag. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling en diende een terugnameverzoek in bij Oostenrijk binnen de gestelde termijn.
Oostenrijk wees het verzoek aanvankelijk af, waarna verweerder een verzoek om heroverweging indiende. Oostenrijk ging hierop uiteindelijk akkoord binnen de wettelijke termijnen. Eiser betoogde dat verweerder zijn aanvraag alsnog in behandeling moest nemen omdat het verzoek om heroverweging te laat was en hij langer dan drie maanden in Turkije verbleef.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om heroverweging tijdig was en het arrest waarop eiser zich baseerde niet van toepassing is. Daarnaast heeft eiser onvoldoende bewijs geleverd dat hij daadwerkelijk drie maanden in Turkije verbleef, ondanks het overleggen van een doktersbriefje en een busticket. Hierdoor blijft Oostenrijk verantwoordelijk en is het beroep ongegrond verklaard.