ECLI:NL:RBDHA:2023:10882
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende op 15 januari 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser eerder in België asiel had aangevraagd, waardoor België verantwoordelijk werd geacht.
Verweerder meldde vervolgens dat eiser op 12 mei 2023 met onbekende bestemming was vertrokken (MOB-melding). De gemachtigde van eiser gaf aan sinds 30 mei 2023 geen contact meer te hebben met eiser. De rechtbank stelde vast dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland en daarom geen rechtens te beschermen belang meer heeft.
Hierdoor verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 18 juli 2023 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter M. van Nooijen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.