ECLI:NL:RBDHA:2023:10907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in pleegzorg
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleegzorgvoorziening. De minderjarige verblijft al geruime tijd in het pleeggezin en ontwikkelt zich daar goed. De moeder en minderjarige hebben contactmomenten onder begeleiding, die goed verlopen, maar de moeder vertoont onvoorspelbaar gedrag en spanningen met pleegouders en andere pleegkinderen. Het NIFP adviseerde uitbreiding van contactmomenten, mits de samenwerking tussen moeder, gecertificeerde instelling, pleegzorgwerker en pleegouders verbetert.
De moeder voert verweer en stelt dat het toekomstperspectief van de minderjarige bij haar ligt en dat contactmomenten spoedig onbegeleid moeten worden uitgebreid. Zij staat open voor individuele hulpverlening om de samenwerking te verbeteren. De kinderrechter baseert zich op een deskundigenonderzoek waaruit blijkt dat de moeder geen psychiatrische stoornis heeft maar lichte depressieve klachten en achterdocht. De deskundigen concluderen dat het te vroeg is om het toekomstperspectief vast te stellen en dat opbouw van contactmomenten mogelijk is mits de samenwerking verbetert.
De kinderrechter oordeelt dat het toekomstperspectief mogelijk weer bij de moeder komt te liggen, maar dat terugplaatsing nu niet in het belang van de minderjarige is. Uitbreiding van contactmomenten en verbetering van de verstandhouding zijn noodzakelijk, evenals individuele hulpverlening voor de moeder. Daarom wordt de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 22 oktober 2023 en is de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 22 oktober 2023.